maandag 19 augustus 2013

Peperpot


De besproken rondleiding
Op 24 juli 2013 de plantage Peperpot bezocht (net over de Wijdenboschbrug rechtsaf) Een voormalige plantage waar koffie en cacao verbouwd werd. Aanvankelijk werd de arbeid verricht door de tot slaven gemaakte Ghanesen en na de emancipatie (= afschaffing slavernij) 1863 kregen 51 slaven hun vrijheid. De plantage nam contractarbeiders in dienst. Aanvankelijk Chinezen, daarna Hindoestanen en daarna Javanen en een kleine minderheid aan Boscreolen. De plantage is in 1997 definitief gesloten. 

We hebben een rondwandeling gekregen onder leiding van een gids over een deel van de plantage, thans beschermd natuurgebied. 

Vervolgens hebben we koffiefabriek bezichtigd. Natuurlijk zijn alle machines verroest en in erbarmelijke staat, maar ze zijn er wel en aan de hand van die oude machines kon de gids, die zelf in die fabriek gewerkt heeft, een beeldend verhaal brengen over het productieproces. Wat moet het in de fabriek heet en lawaaierig zijn geweest.

 






Na de fabriek bezichtigd te hebben, zijn we nog even door de achterliggende kampong gewandeld. Daar woonden destijds de arbeiders, overwegend van Javaanse origine. Er schijnen op het complex ook nog slavenhuisjes te staan, maar die heb ik niet gezien ( er ook niet naar gezocht).











 Export van Surinaamse koffie (Amsterdamse ponden)
De plantage is overigens gesloten omdat Suriname op de wereldmarkt niet concurrerend koffie en cacao kan produceren. Dat geld trouwens ook voor citrusvruchten. Landelijk gezien zag je dat vanaf 1775 de export van Surinaamse koffie dalende was en in 1850 nagenoeg verdwenen was.  Peperpot heeft het dan nog lang volgehouden.




Peperpot is nog een van de weinige, zo niet de enige plantage, die nog een beetje beeld geeft van hoe een plantage in de periode van de slavernij er uit moet hebben gezien.  



Voor de liefhebbers van planten is dit natuurgebied een waar feest.










een milieu vriendelijk toilet op Peperpot

Zo'n milieuvriendelijk toilet vraagt wel gedegen voorstudie



De koffie plantages lagen oorspronkelijk in het moerasgebied van Boven Suriname. Langs de rivieren in Suriname werden vanaf ongeveer 1645 plantages aangelegd, te beginnen met een dam om de toekomstige plantage. vervolgens werd daarbinnen een stelsel van kanaaltjes aangelegd om het droog te maken en te houden. De koffieplanten op de koffiebedden stonden daardoor voldoende droog.


De koffiebedden. De koffie planten kunnen zeer hoog worden, maar werden vroeger zover gesnoeid dat je de koffiebessen staand kon plukken.


Voorts dienden deze kanaaltjes ook voor het transport naar de koffiefabriek die vlakbij de rivier gesitueerd was.
De aanleg en het onderhouden (uitbaggeren) van deze kanaaltjes was de zwaarste arbeid op de plantage. Alleen manlijke slaven werden voor die arbeid ingezet. Velen stierven vroegtijdig.
De bessen waar de koffiebonen inzitten.




De directeurswoning.
De directeurswoning staat bij iedere plantage dicht op de rivier. Dit om de plantage aanzien te geven. Vervolgens de bedrijfsgebouwen en de huizen van het management. Vervolgens eventuele siertuinen en daarachter de slavengebouwen.
kade en de sluis op Peperpot met handbediening



De koffiebonen werden op platte schepen vervoerd naar de voorkant vaan de plantage waar de bessen in de bedrijfsgebouwen verwerkt werden.
Het overtollige water werd bij eb afgevoerd naar de Surinamerivier (zie hieronder) door het handmatig openen van de sluis.


Peperpot kijkt uit op de Raffinaderij van Paramaribo.







De fabriek van Peperpot waar koffie- en cacaobonen tot eindproducten werden gemaakt











Na een stukje lopen achter de directeurswoning, kom je bij de kampong die nog volledig bewoond is.
















Het clubhuis van de voetbalclub van de kampong.


Het bezichtigen van Peperpot (de plantage/natuurgebied en de fabriek) zijn voor zowel de natuurliefhebber als degene die cultuur en geschiedenis wil snuiven, meer dan de moeite waard. Regel wel van te voren een gids zodat u weet wat u ziet.

zondag 11 augustus 2013

Dag der Inheemsen


 9 Augustus is een  in 2006 door de voormalige president Venitiaan uitrgeroepen nationale feestdag in Suriname, de Dag der Inheemsen (Ingi Dei). Die dag is een symbool van respect en erkenning van het inheemse deel van de Surinaamse bevolking: de indianen.  Deze dag was overigens al eerder door de VN uitgeroepen tot de internationale Dag der Inheemsen.

Er zijn in Suriname verschillende Indianen stammen met elk een eigen cultuur en taal.  Maar ze behoren allen tot de oorspronkelijke bevolking.

De feestelijkheden  duren zo ongeveer de gehele dag te beginnen  om 6 uur met een vuurceremonie, met bidden en met het reinigen van het lichaam in switi watra (een kruidenwater). En vervolgens gaan de indianen in optocht naar de palmentuin. Vele standjes met lekkernijen en home made vervaardigde spulletjes worden daar aangeboden. Maar vooral de gezellige drukte en de bonte verzameling van kleuren maken het een bezoek meer dan waard.


Niet alleen in de Palmentuin, maar ook het gebied er om heen, Onafhankelijkheidsplein en de Waterkant, waren het decor van de mooi uitgedoste inheemsen.

's Avonds staan de feestelijkheden vooral in het teken van muziek, dans, eten en drinken. 


 O ja, Heineken was er natuurlijk ook bij.






 










De Waterkant heeft recentelijk een facelift gekregen. het is nog niet af, maar het is nu al een grote verbetering.Het gebeuren vindt nu meer aan de "rivierzijde"plaats ipv aan de straatzijde.






 En dan hier de Waterkant aan de "straatzijde". (onder en boven) Hier is ( nog) niet veel veranderd.
 En terug naar het Onafhankelijkheidsplein heb ik mij nog even te goed gedaan aan een kalebas met Kasiri
 Kasiri gedronken. Tip: eerst drinken, daarna gaan googelen.


De VIP tribune voor het avond programma



Er werd al een beetje geoefend




Overigens wist u dat de indianen, of beter gezegd, de inheemsen, mogelijk de nazaten zijn van groot wild jagers uit Siberië? Die voorouders kwamen waarschijnlijk na de laatste ijstijd ( 12000 jaar geleden) via de Behringstraat Alaska binnen en trokken vandaar al jagend en zoekend naar warmere jachtvelden, door Noord Amerika naar Zuid Amerika. Zo ongeveer 9 tot 10 duizend jaar geleden kwamen de eerste jagers in wat nu Suriname heet.



 Bent u een keer op 9 augustus in Suriname, dan kan ik een bezoek aan de feestelijkheden van harte aanbevelen.



zaterdag 3 augustus 2013

Joden savanne





 De Joden Savanne. (Ook wel: Savannah of Sevanna)


Oorspronkelijk waren het Joodse plantages tot medio negentiende eeuw. Daarna zijn de plantages verdwenen en heeft de natuur het overgenomen. In 1942 werd op die plek een interneringskamp gebouwd, waar Nederland onder barre omstandigheden en zonder enige vorm van proces ongeveer 150 Nederlanders uit Indië interneerden die verdacht werden van lidmaatschap van de NSB. Pas in 1946, toen de oorlog al een jaar afgelopen was, ontdekte bij toeval een Amerikaanse patrouille boot het interneringskamp en bevrijdde de bewoners.
 

Van de plantage is niets meer over. Ook zijn er geen resten meer van het interneringskamp. Alleen van twee begraafplaatsen is nog het een ander te zien.
Om een beeld te krijgen van de geschiedenis van de Joden Savanne, kan zich de tocht besparen. Dan kun je beter op het internet rondneuzen. Maar de reis er heen en de prachtige natuur op Joden Savanne, maakt toch wel het tochtje meer dan de moeite waard.
Behalve dat je de Joden Savanne per boot kunt bereiken, kun je ook met de auto daar naar toe. Vanuit Paramaribo neem je de Highway tot de afslag "Weg naar Caroline . Dat dorpje ligt aan de Suriname rivier. Omdat de brug recentelijk is kapot gevaren, brengt een oud pondje je naar de overkant. De Joden Savanne ligt dan nog maar op 5 min rijden. (route gewijzigd. Zie naschrift.)





Bij Carolina de pond naar de overkant van de  Suriname rivier.






Mijn dochter hielt toezicht op de het passen en meten op de oude veerboot


Vanaf de parkeerplaats klein stukje lopen door een prachtig bos.

Om deze teksten leesbaar te maken, gewoon even op de foto klikken



Begraafplaats voor vrije mensen van Afrikaanse en gemengde afkomst.  Niet voor slaven. Deze werden begraven op de plantage zelf



De Joodse begraafplaats, het Huis van Leven. Het eerste graf is uit 1683 en de laatste uit 1873.


 Synagoge Beracha ve Shalom (Zegen en Vrede). In 1685 voltooid en tot 1865 in gebruik geweest. Rechts op de foto ziet u een wit gebouwtje. Dat is heet bezoekerscentrum. Helaas gesloten toen we er waren.










De Suriname rivier ligt een stuk lager.


Dit soort korjaaltjes brengen je van het ressort Overbridge naar de Joden savanne. Maar desgewenst komt hij je ook ophalen in Leonsberg, Paramaribo. Het is dan ongeveer twee uur varen.



Op de terugweg nog even ananas gekocht.







Ik wilde nog even doorrijden naar ressort  Blakka Watra daar vlak in de buurt. De weg was te slecht. Als het nog even zou gaan regenen dan zou ik zelfs met mijn 4-wheel drive in de problemen kunnen komen. 







Deze beker heb ik aan mij voorbij laten gaan











































Voor de geschiedenis van de Joden savanne zie

http://www.suriname.nu/201cult/joodsgem04.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Kamp_Jodensavanne
http://www.petervantriet.nl/article.php?articleID=162


-----------------------------------------------------

Naschrift 6 mei 2015.

De kapot gevaren brug bij Carolina is inmiddels door een nieuwe brug vervangen. De nieuwe brug staat wel een kilometertje meer stroomopwaarts. Dus op de Afobakaweg afslaan naar Powakka/Carolinekreek). Dan Carolina volgen (dus niet links afbuigen naar Powakka (indianendorpje), maar rechts aanhouden. Dat is thans nog een bauxietweg. Deze leidt naar de nieuwe brug. Na de brug tot einde van de weg rijden. Vervolgens links af en eerstvolgende mogelijkheid wederom links richting Redi Doti. U bent dan in de buurt. Rest van de route heb ik niet uitgeprobeerd. Mogelijk staan er vanaf hier bordjes en anders even in Redi Doti (marron dorpje) de weg vragen.

Notabene: op nog geen enkele site heb ik een update van de route gevonden. Ze vermelden allemaal nog de oude route (bij Powakka de veerboot nemen).





























































zondag 30 juni 2013

Slavernij: nog steeds niet immuun voor oude kwaal


Overgenomen van www.trouw.nl

Frans Timmermans; minister van buitenlandse zaken − 29/06/13, 16:00
© . President Abraham Lincoln roept op 1 januari 1863 het einde van de slavernij uit in de Verenigde Staten.
 

opinie:  De opdracht van Abraham Lincoln om het werk af te maken waaraan anderen hun beste krachten hebben gegeven, is nog altijd niet voltooid, schrijft Frans Timmermans.


In Willemstad, Curaçao, vindt men tegenover elkaar - gescheiden door de St. Annabaai - het Maritiem Museum en het Slavernijmuseum Kura Holand. Drie weken geleden ben ik tijdens mijn bezoek aan het eiland rondgeleid door beide musea. Het heeft een diepe indruk op mij gemaakt: twee musea, twee verhalen, één geschiedenis. De geschiedenis van de Nederlandse expansie overzee.

Slavernij is een onlosmakelijk onderdeel van menselijke expansiezucht door de eeuwen heen. De Nederlandse geschiedenis is daar niet uniek in. De Nederlandse maritieme kracht en slavenhandel gingen hand in hand. Trots en schaamte liggen niet ver van elkaar, gescheiden door de wateren van de St. Annabaai.

Op 1 juli 2013 staan Nederlanders in het hele Koninkrijk en Surinamers, hier en in hun moederland, stil bij de opheffing van de slavernij in de Nederlandse West-Indische koloniën, 150 jaar geleden. Nederland liep toen bepaald niet voorop. Engeland, Frankrijk en Denemarken maakten de stap (veel) eerder. In delen van Nederlands-Indië bleef slavernij zelfs nog tot in de twintigste eeuw voortbestaan. Paradoxaal genoeg was een verdere expansie van de Nederlandse macht daar nodig om de slavernij tot een einde te brengen.

Mensen als handelswaar
Ruim tweehonderd jaar geleden, aldus de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild, was vrijheid de uitzondering en slavernij de dagelijkse praktijk: driekwart van de mensheid was onvrij, gebonden in enige vorm van slavernij. Niet alleen in Noord- of Zuid-Amerika of in Afrika, maar ook in Azië, in het Midden-Oosten en in grote delen van Europa.

Gelukkig is destijds het besef gegroeid dat wat in de dagelijkse praktijk geaccepteerd is, niet normaal hoeft te zijn. En dat de dagelijkse praktijk juist in kan druisen tegen normen en waarden, tegen algemene rechtsbeginselen. Stap voor stap kwam vanaf de zeventiende eeuw een bonte coalitie tot stand van mensen die zich verzetten tegen de praktijk om andere mensen als handelswaar te zien.

Britten gaven hieraan de sterkste impulsen. De eerste wereldwijde mensenrechtencampagne, zo noemt Hochschild de strijd tegen slavernij. Wilberforce en Wedgwood zijn namen die haast iedere Brit kent. Hun strijd tegen slavernij is onderdeel van het collectieve bewustzijn.

Vrijheidsstrijders
In Nederland is de strijd tegen de slavernij en de herinnering eraan lange tijd overgelaten aan specialisten. Dat is anders in de niet-Europese delen van het Koninkrijk en in Suriname, waar de herinnering aan de slavernij volop leeft. Elke Nederlandse filmliefhebber, elke televisiekijker weet wie de Romeinse slavenleider Spartacus was. Weinigen kennen de namen van slavenleiders als Boni in Suriname en Tula op Curaçao, die de strijd durfden aan te binden met het koloniale gezag en de slavernij die daarmee gepaard ging. Suriname en Curaçao herdenken deze mannen als de vrijheidsstrijders die ze waren.

En wie in Nederland kent de naam van de voormalige VOC-bestuurder Dirk van Hogendorp die zich in de Napoleontische tijd keerde tegen de slavernij in Nederlands-Indië? Of van Wolter baron van Hoëvell, predikant en liberaal Kamerlid ten tijde van Thorbecke, die het parlementaire debat voerde over de afschaffing van de slavernij in de West? Zij verdienen het genoemd te worden als voorlopers en trendsetters die beseften dat algemene rechtsbeginselen niet alleen van toepassing moeten zijn op Europese ingezetenen van het Koninkrijk, maar op allen die zich in het Koninkrijk bevinden, waar ook ter wereld.

Slag bij Gettysburg
Op de dag dat de slaven van Suriname en de Nederlandse Antillen hun vrijheid kregen, bereikte deze eerste mensenrechtencampagne zijn climax. Niet op Curaçao of in Paramaribo, maar in Gettysburg, Pennsylvania: op 1 juli 1863 begon daar de meest bloedige slag van de Amerikaanse Burgeroorlog. In drie dagen vonden 50.000 soldaten de dood. Het was een keerpunt in de oorlog die begonnen was om de afschaffing van de slavernij. Vier maanden later sprak president Lincoln bij Gettysburg zijn beroemde woorden uit in een korte toespraak ter inwijding van het ereveld aldaar. Hij maande de levenden zich te wijden aan het onafgemaakte werk waaraan de gevallenen waren begonnen, opdat hun offer niet vergeefs zou zijn.

Voor president Lincoln was aanname van het 13de Amendement van de Amerikaanse Grondwet, waarin het verbod op slavernij is vastgelegd, een levensdoel. Zonder dit verbod zou het offer van Gettysburg zinloos zijn. Zoals wetgeving het gedrag van burgers en overheden normeert, fungeren internationale afspraken over mensenrechten als normering voor staten. Internationale verdragen hebben de uitzondering van 200 jaar geleden tot norm verheven, zoals vervat in artikel 4 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

Maar 150 jaar nadat de slaven van de West zijn bevrijd, 150 jaar na Gettysburg, is het ontluisterend dat slavernij nog steeds niet van de aardbodem is verdwenen. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) schat dat in 2012 21 miljoen mensen in enige vorm van gedwongen arbeid werkzaam waren, de VS houden het zelfs op 27 miljoen.

De strijd tegen slavernij gaat in de huidige tijd door. Herendiensten en knevelarij, zoals door Multatuli al aangeklaagd, bestaan nog steeds: bonded labour (schuldslavernij), dwangarbeid, de ergste vormen van kinderarbeid, huisslaven, sexindustrie, mensensmokkel, moderne symptomen van een oude kwaal waar ook Nederland nog steeds niet immuun voor is.

Opdracht
Daarom gaat het kabinet door met de strijd tegen mensenhandel, tegen vrouwenhandel en tegen arbeidsuitbuiting in Nederland. Daarom is de opdracht urgent om internationaal op te komen voor toepassing van fundamentele arbeidsnormen, zoals het kabinet heeft vastgesteld in de mensenrechtenbrief. Strijd tegen kinderarbeid en voor universele handhaving van het verbod op dwangarbeid staan daarin centraal.

De rol van mensenrechtenverdedigers is doorslaggevend, zo leert ons het voorbeeld van Wilberforce en Wedgwood, Van Hogendorp en Van Hoëvell. Hun navolgers zal Nederland blijven steunen. De opdracht van Abraham Lincoln om het werk af te maken waaraan anderen hun beste krachten of - zoals Boni en Tula - hun leven hebben gegeven, is nog niet voltooid.