zondag 11 augustus 2013

Dag der Inheemsen


 9 Augustus is een  in 2006 door de voormalige president Venitiaan uitrgeroepen nationale feestdag in Suriname, de Dag der Inheemsen (Ingi Dei). Die dag is een symbool van respect en erkenning van het inheemse deel van de Surinaamse bevolking: de indianen.  Deze dag was overigens al eerder door de VN uitgeroepen tot de internationale Dag der Inheemsen.

Er zijn in Suriname verschillende Indianen stammen met elk een eigen cultuur en taal.  Maar ze behoren allen tot de oorspronkelijke bevolking.

De feestelijkheden  duren zo ongeveer de gehele dag te beginnen  om 6 uur met een vuurceremonie, met bidden en met het reinigen van het lichaam in switi watra (een kruidenwater). En vervolgens gaan de indianen in optocht naar de palmentuin. Vele standjes met lekkernijen en home made vervaardigde spulletjes worden daar aangeboden. Maar vooral de gezellige drukte en de bonte verzameling van kleuren maken het een bezoek meer dan waard.


Niet alleen in de Palmentuin, maar ook het gebied er om heen, Onafhankelijkheidsplein en de Waterkant, waren het decor van de mooi uitgedoste inheemsen.

's Avonds staan de feestelijkheden vooral in het teken van muziek, dans, eten en drinken. 


 O ja, Heineken was er natuurlijk ook bij.






 










De Waterkant heeft recentelijk een facelift gekregen. het is nog niet af, maar het is nu al een grote verbetering.Het gebeuren vindt nu meer aan de "rivierzijde"plaats ipv aan de straatzijde.






 En dan hier de Waterkant aan de "straatzijde". (onder en boven) Hier is ( nog) niet veel veranderd.
 En terug naar het Onafhankelijkheidsplein heb ik mij nog even te goed gedaan aan een kalebas met Kasiri
 Kasiri gedronken. Tip: eerst drinken, daarna gaan googelen.


De VIP tribune voor het avond programma



Er werd al een beetje geoefend




Overigens wist u dat de indianen, of beter gezegd, de inheemsen, mogelijk de nazaten zijn van groot wild jagers uit Siberië? Die voorouders kwamen waarschijnlijk na de laatste ijstijd ( 12000 jaar geleden) via de Behringstraat Alaska binnen en trokken vandaar al jagend en zoekend naar warmere jachtvelden, door Noord Amerika naar Zuid Amerika. Zo ongeveer 9 tot 10 duizend jaar geleden kwamen de eerste jagers in wat nu Suriname heet.



 Bent u een keer op 9 augustus in Suriname, dan kan ik een bezoek aan de feestelijkheden van harte aanbevelen.



zaterdag 3 augustus 2013

Joden savanne





 De Joden Savanne. (Ook wel: Savannah of Sevanna)


Oorspronkelijk waren het Joodse plantages tot medio negentiende eeuw. Daarna zijn de plantages verdwenen en heeft de natuur het overgenomen. In 1942 werd op die plek een interneringskamp gebouwd, waar Nederland onder barre omstandigheden en zonder enige vorm van proces ongeveer 150 Nederlanders uit Indië interneerden die verdacht werden van lidmaatschap van de NSB. Pas in 1946, toen de oorlog al een jaar afgelopen was, ontdekte bij toeval een Amerikaanse patrouille boot het interneringskamp en bevrijdde de bewoners.
 

Van de plantage is niets meer over. Ook zijn er geen resten meer van het interneringskamp. Alleen van twee begraafplaatsen is nog het een ander te zien.
Om een beeld te krijgen van de geschiedenis van de Joden Savanne, kan zich de tocht besparen. Dan kun je beter op het internet rondneuzen. Maar de reis er heen en de prachtige natuur op Joden Savanne, maakt toch wel het tochtje meer dan de moeite waard.
Behalve dat je de Joden Savanne per boot kunt bereiken, kun je ook met de auto daar naar toe. Vanuit Paramaribo neem je de Highway tot de afslag "Weg naar Caroline . Dat dorpje ligt aan de Suriname rivier. Omdat de brug recentelijk is kapot gevaren, brengt een oud pondje je naar de overkant. De Joden Savanne ligt dan nog maar op 5 min rijden. (route gewijzigd. Zie naschrift.)





Bij Carolina de pond naar de overkant van de  Suriname rivier.






Mijn dochter hielt toezicht op de het passen en meten op de oude veerboot


Vanaf de parkeerplaats klein stukje lopen door een prachtig bos.

Om deze teksten leesbaar te maken, gewoon even op de foto klikken



Begraafplaats voor vrije mensen van Afrikaanse en gemengde afkomst.  Niet voor slaven. Deze werden begraven op de plantage zelf



De Joodse begraafplaats, het Huis van Leven. Het eerste graf is uit 1683 en de laatste uit 1873.


 Synagoge Beracha ve Shalom (Zegen en Vrede). In 1685 voltooid en tot 1865 in gebruik geweest. Rechts op de foto ziet u een wit gebouwtje. Dat is heet bezoekerscentrum. Helaas gesloten toen we er waren.










De Suriname rivier ligt een stuk lager.


Dit soort korjaaltjes brengen je van het ressort Overbridge naar de Joden savanne. Maar desgewenst komt hij je ook ophalen in Leonsberg, Paramaribo. Het is dan ongeveer twee uur varen.



Op de terugweg nog even ananas gekocht.







Ik wilde nog even doorrijden naar ressort  Blakka Watra daar vlak in de buurt. De weg was te slecht. Als het nog even zou gaan regenen dan zou ik zelfs met mijn 4-wheel drive in de problemen kunnen komen. 







Deze beker heb ik aan mij voorbij laten gaan











































Voor de geschiedenis van de Joden savanne zie

http://www.suriname.nu/201cult/joodsgem04.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Kamp_Jodensavanne
http://www.petervantriet.nl/article.php?articleID=162


-----------------------------------------------------

Naschrift 6 mei 2015.

De kapot gevaren brug bij Carolina is inmiddels door een nieuwe brug vervangen. De nieuwe brug staat wel een kilometertje meer stroomopwaarts. Dus op de Afobakaweg afslaan naar Powakka/Carolinekreek). Dan Carolina volgen (dus niet links afbuigen naar Powakka (indianendorpje), maar rechts aanhouden. Dat is thans nog een bauxietweg. Deze leidt naar de nieuwe brug. Na de brug tot einde van de weg rijden. Vervolgens links af en eerstvolgende mogelijkheid wederom links richting Redi Doti. U bent dan in de buurt. Rest van de route heb ik niet uitgeprobeerd. Mogelijk staan er vanaf hier bordjes en anders even in Redi Doti (marron dorpje) de weg vragen.

Notabene: op nog geen enkele site heb ik een update van de route gevonden. Ze vermelden allemaal nog de oude route (bij Powakka de veerboot nemen).





























































zondag 30 juni 2013

Slavernij: nog steeds niet immuun voor oude kwaal


Overgenomen van www.trouw.nl

Frans Timmermans; minister van buitenlandse zaken − 29/06/13, 16:00
© . President Abraham Lincoln roept op 1 januari 1863 het einde van de slavernij uit in de Verenigde Staten.
 

opinie:  De opdracht van Abraham Lincoln om het werk af te maken waaraan anderen hun beste krachten hebben gegeven, is nog altijd niet voltooid, schrijft Frans Timmermans.


In Willemstad, Curaçao, vindt men tegenover elkaar - gescheiden door de St. Annabaai - het Maritiem Museum en het Slavernijmuseum Kura Holand. Drie weken geleden ben ik tijdens mijn bezoek aan het eiland rondgeleid door beide musea. Het heeft een diepe indruk op mij gemaakt: twee musea, twee verhalen, één geschiedenis. De geschiedenis van de Nederlandse expansie overzee.

Slavernij is een onlosmakelijk onderdeel van menselijke expansiezucht door de eeuwen heen. De Nederlandse geschiedenis is daar niet uniek in. De Nederlandse maritieme kracht en slavenhandel gingen hand in hand. Trots en schaamte liggen niet ver van elkaar, gescheiden door de wateren van de St. Annabaai.

Op 1 juli 2013 staan Nederlanders in het hele Koninkrijk en Surinamers, hier en in hun moederland, stil bij de opheffing van de slavernij in de Nederlandse West-Indische koloniën, 150 jaar geleden. Nederland liep toen bepaald niet voorop. Engeland, Frankrijk en Denemarken maakten de stap (veel) eerder. In delen van Nederlands-Indië bleef slavernij zelfs nog tot in de twintigste eeuw voortbestaan. Paradoxaal genoeg was een verdere expansie van de Nederlandse macht daar nodig om de slavernij tot een einde te brengen.

Mensen als handelswaar
Ruim tweehonderd jaar geleden, aldus de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild, was vrijheid de uitzondering en slavernij de dagelijkse praktijk: driekwart van de mensheid was onvrij, gebonden in enige vorm van slavernij. Niet alleen in Noord- of Zuid-Amerika of in Afrika, maar ook in Azië, in het Midden-Oosten en in grote delen van Europa.

Gelukkig is destijds het besef gegroeid dat wat in de dagelijkse praktijk geaccepteerd is, niet normaal hoeft te zijn. En dat de dagelijkse praktijk juist in kan druisen tegen normen en waarden, tegen algemene rechtsbeginselen. Stap voor stap kwam vanaf de zeventiende eeuw een bonte coalitie tot stand van mensen die zich verzetten tegen de praktijk om andere mensen als handelswaar te zien.

Britten gaven hieraan de sterkste impulsen. De eerste wereldwijde mensenrechtencampagne, zo noemt Hochschild de strijd tegen slavernij. Wilberforce en Wedgwood zijn namen die haast iedere Brit kent. Hun strijd tegen slavernij is onderdeel van het collectieve bewustzijn.

Vrijheidsstrijders
In Nederland is de strijd tegen de slavernij en de herinnering eraan lange tijd overgelaten aan specialisten. Dat is anders in de niet-Europese delen van het Koninkrijk en in Suriname, waar de herinnering aan de slavernij volop leeft. Elke Nederlandse filmliefhebber, elke televisiekijker weet wie de Romeinse slavenleider Spartacus was. Weinigen kennen de namen van slavenleiders als Boni in Suriname en Tula op Curaçao, die de strijd durfden aan te binden met het koloniale gezag en de slavernij die daarmee gepaard ging. Suriname en Curaçao herdenken deze mannen als de vrijheidsstrijders die ze waren.

En wie in Nederland kent de naam van de voormalige VOC-bestuurder Dirk van Hogendorp die zich in de Napoleontische tijd keerde tegen de slavernij in Nederlands-Indië? Of van Wolter baron van Hoëvell, predikant en liberaal Kamerlid ten tijde van Thorbecke, die het parlementaire debat voerde over de afschaffing van de slavernij in de West? Zij verdienen het genoemd te worden als voorlopers en trendsetters die beseften dat algemene rechtsbeginselen niet alleen van toepassing moeten zijn op Europese ingezetenen van het Koninkrijk, maar op allen die zich in het Koninkrijk bevinden, waar ook ter wereld.

Slag bij Gettysburg
Op de dag dat de slaven van Suriname en de Nederlandse Antillen hun vrijheid kregen, bereikte deze eerste mensenrechtencampagne zijn climax. Niet op Curaçao of in Paramaribo, maar in Gettysburg, Pennsylvania: op 1 juli 1863 begon daar de meest bloedige slag van de Amerikaanse Burgeroorlog. In drie dagen vonden 50.000 soldaten de dood. Het was een keerpunt in de oorlog die begonnen was om de afschaffing van de slavernij. Vier maanden later sprak president Lincoln bij Gettysburg zijn beroemde woorden uit in een korte toespraak ter inwijding van het ereveld aldaar. Hij maande de levenden zich te wijden aan het onafgemaakte werk waaraan de gevallenen waren begonnen, opdat hun offer niet vergeefs zou zijn.

Voor president Lincoln was aanname van het 13de Amendement van de Amerikaanse Grondwet, waarin het verbod op slavernij is vastgelegd, een levensdoel. Zonder dit verbod zou het offer van Gettysburg zinloos zijn. Zoals wetgeving het gedrag van burgers en overheden normeert, fungeren internationale afspraken over mensenrechten als normering voor staten. Internationale verdragen hebben de uitzondering van 200 jaar geleden tot norm verheven, zoals vervat in artikel 4 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

Maar 150 jaar nadat de slaven van de West zijn bevrijd, 150 jaar na Gettysburg, is het ontluisterend dat slavernij nog steeds niet van de aardbodem is verdwenen. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) schat dat in 2012 21 miljoen mensen in enige vorm van gedwongen arbeid werkzaam waren, de VS houden het zelfs op 27 miljoen.

De strijd tegen slavernij gaat in de huidige tijd door. Herendiensten en knevelarij, zoals door Multatuli al aangeklaagd, bestaan nog steeds: bonded labour (schuldslavernij), dwangarbeid, de ergste vormen van kinderarbeid, huisslaven, sexindustrie, mensensmokkel, moderne symptomen van een oude kwaal waar ook Nederland nog steeds niet immuun voor is.

Opdracht
Daarom gaat het kabinet door met de strijd tegen mensenhandel, tegen vrouwenhandel en tegen arbeidsuitbuiting in Nederland. Daarom is de opdracht urgent om internationaal op te komen voor toepassing van fundamentele arbeidsnormen, zoals het kabinet heeft vastgesteld in de mensenrechtenbrief. Strijd tegen kinderarbeid en voor universele handhaving van het verbod op dwangarbeid staan daarin centraal.

De rol van mensenrechtenverdedigers is doorslaggevend, zo leert ons het voorbeeld van Wilberforce en Wedgwood, Van Hogendorp en Van Hoëvell. Hun navolgers zal Nederland blijven steunen. De opdracht van Abraham Lincoln om het werk af te maken waaraan anderen hun beste krachten of - zoals Boni en Tula - hun leven hebben gegeven, is nog niet voltooid.

donderdag 23 mei 2013

Slavernij en de holocaust


De vergelijking met de Joodse holocaust
door Sandew Hira.


De vernietiging van mensenlevens begon in Africa
Soms verbaas ik over de emotie van mensen die de meest rare redeneringen gebruiken om krom te praten wat recht is. Ik houd regelmatig lezingen over decolonizing the mind en de misdaden tegen de menselijkheid. Daarbij leg ik uit hoe in de lijst van de grootste misdaden tegen de menselijkheid de Joodse Holocaust op de vierde plaats komt en de transatlantische slavernij op de eerste. Ook leg ik uit hoe het komt dat de Joodse Holocaust in Europa wel erkend wordt als een misdaad tegen de menselijkheid en slavernij niet. Het heeft te maken met wat Malcolm X noemt de omkering van misdadiger en slachtoffer. Europa als dader van de grootste misdaad tegen de menselijkheid ziet zichzelf liever als slachtoffer. De vergelijking met de Joodse holocaust heeft als doel om te laten hoe hypocriet de redenatie in Europa is ten aanzien van misdaden tegen de menselijkheid en dat aan die hypocrisie een einde zou moeten komen en met in alle eerlijkheid alle misdaden tegen de menselijkheid op gelijke manier behandelt.

Ik baseer me bij de vergelijking van misdaden tegen de menselijkheid op wetenschappelijke feiten: de omvang van de misdaad (hoeveel slachtoffers), de duur (hoe lang duurde het) en de aard (hoe was die misdaad georganiseerd en hoe was het lijden van de slachtoffers).
Op zich is de methode heel normaal. Je bepaalt de criteria van de vergelijking en voert die vergelijking uit. Niks bijzonders.

Wat te doen als de uitkomst je niet aanstaat, namelijk dat de Joodse Holocaust op de vierde plaats komt en de manier waarop met die eerste misdaad omgegaan wordt tekenend is voor het gebrek aan beschaving in Europa?

Je kunt twee kanten op.
Je kunt zeggen: het is jammer en vervelend, maar de feiten zijn de feiten en laten we kijken hoe we daarmee omgaan. Moeten we niet op een andere manier omgaan met die andere misdaden dan we tot nu toe gedaan hebben? Dat lijkt me een volstrekt rationele en correcte benadering.

Wat ik tegenkom is het tegendeel. De meest gekke redeneringen worden van stal gehaald.

Argument 1: Je kunt de Joodse Holocaust helemaal niet vergelijken met de Transatlantische slavernij omdat ze heel verschillend zijn.
Dit is heel onlogisch. Hoe weet je dat ze verschillend zijn als je ze niet mag vergelijken? Dit is een tegenstrijdige redenering.
Ten tweede, vergelijkingen doe je met het doel om overeenkomsten en verschillen vast te stellen. Waarom mag je de overeenkomsten niet noemen, maar alleen de verschillen? Het is volstrekt irrationeel.

Argument 2: De Joodse holocaust was gericht op de vernietiging van mensenlevens. Slavernij was gericht op de uitbuiting van mensen.
Dit klopt feitelijk al niet. Het effect van slavernij wás de vernietiging van mensenlevens. Voor iedere Afrikaan die levend vertrok uit Afrika zijn 2-5 mensen onderweg gestorven in het proces van kidnapping. Die levens (24-60 miljoen) zijn vernietigd. Van de 12 miljoen mensen die naar de Amerikas vertrokken zijn 2 miljoen onderweg gestorven. Die levens zijn vernietigd. Waar een normale bevolking groeit, is in Suriname van de 350.000 mensen die aangevoerd zijn aan het eind van slavernij 10% overgebleven. Die levens zijn vernietigd.
De gedachte dat vernietiging van levens alleen in gaskamers plaatsvindt, is een belediging voor de slachtoffers van de transatlantische slavernij.

Nu was het doel van de Joodse Holocaust verschillend. De Duitse nazi’s hadden een ideologisch motief om het Joodse ras te willen vernietigen. De andere “nazi’s” van Europa (Nederlanders, Engelsen, Fransen, Spanjaarden, Portugezen) hadden een economisch motief om de Afrikaanse levens te vernietigen in slavernij. Waarom is het economische motief minder erg dan het ideologische motief? Kennelijk zit hierachter de redenering dat als je ergens geld aan verdient, dan is het geoorloofd. Die redenering alleen al is beschamend, maar wordt wel gebruikt door de mensen die ageren tegen de vergelijking met de Joodse holocaust.

Argument 3: Je kunt leed niet met elkaar vergelijken. Ieder leed is even erg.
Dat klopt niet. Elke dag wordt in iedere rechtbank in de wereld verschillende vormen van leed met elkaar vergeleken en wordt vastgesteld dat niet ieder leed even erg is. Op basis daarvan worden strafmaten bepaald. Stel dat iemand vermoord wordt bij een roof. Je gaat toch niet zeggen: “Gisteren is een holocaust gepleegd”, omdat je vindt dat het leed van de Joodse holocaust even erg is als de roofmoord. Dat zou je best kunnen doen als je de redenering volgt dat alle leed even erg is. Het zou namelijk betekenen dat je volstrekt onkundig bent over het verschil tussen een gewone moord en een misdaad tegen de menselijkheid.

Een misdaad tegen de menselijk heeft minimaal drie kenmerken: het wordt op grote schaal gepleegd (duizenden mensen) over een langere periode (niet een dag) en wordt vanuit een institutioneel kader (overheid, grote georganiseerde groepen) uitgevoerd.
Je kunt hieraan toevoegen dat de impact ook gigantisch is. Zo is de impact van de transatlantische slavernij (die 350 jaar heeft geduurd met een ongelooflijke intensiteit) niet alleen mensenlevens heeft vernietig, maar ook de geest en cultuur van een heel volk. Dat is niet met de Joodse Holocaust gebeurd. Afrikanen die eerst Kwame heten, zijn zich Piet gaan noemen. Dat soort processen hebben zich niet afgespeeld met Joden. De Joden hebben in bepaalde perioden van de geschiedenis hun identiteit moeten verbergen, maar de systematische manier waarop de Afrikaanse cultuur is vernietigd is van veel grotere betekenis geweest. Mental slavery heeft een geest vernietigd. De Joodse cultuur heeft aanzienlijk minder last gehad van mental slavery.

Argument 4: je mag de term Holocaust niet gebruiken voor andere misdaden tegen de menselijkheid.
Mijn vraag is: waarom niet? Wie bepaalt dat je dat niet mag doen? Het komt allemaal neer op het creëren van een uitzonderingspositie voor de Joodse holocaust die helemaal niet ondersteund wordt door wetenschappelijke en historische feiten. Het is emotie, en wat voor emotie?

Waarom is het erg als blijkt dat iemand anders meer geleden heeft dan jij? Waarom zou je boos worden als de feiten dat uitwijzen. Dan is er toch iets grondig mis met je moraal als je niet accepteert dat een ander meer geleden kan hebben dan jij?

De irrationele emoties rond de Joodse Holocaust vormen ook een blokkade voor een probleem dat wel op tafel ligt: hoe om te gaan met eeuwen van leugens en het bagatelliseren van de grootste misdaad tegen de menselijkheid in onderwijs en cultuur?

Onlangs kreeg ik een rapport onder ogen dat is opgesteld door het adviesbureau Tuhuteru en partners. Het is een communicatie-advies aan de Stichting Herdenking Slavernijverleden die met een budget van 750.000 euro allerlei activiteiten zal organiseren in Nederland. Het advies van het bureau is veelzeggend: “Het verleden onder ogen zien zou moeten leiden tot overwinning van het pijnlijke verleden en gevoelens van schaamte en schuld daarover. Van belang is daarom weg te blijven van de schuldvraag omdat dat tot weerstand zou kunnen leiden bij het algemene publiek.” (p. 4).

Als dit advies zou worden gebruikt bij de herdenking van de Holocaust dan zou het erop neerkomen dat gezwegen moet worden over de rol van de nazi’s omdat dat tot weerstand zou leiden bij de nakomelingen van de nazi’s. Je moet het maar bedenken, en nog uitvoeren ook.

Als dit de basis moet zijn van hoe om te gaan met het slavernijverleden in 2013 in Nederland dan gaan we zinloze exercities tegemoet. 2013 zou het jaar moeten zijn waarin zonder enige beperking en in volle vrijheid alle pijnlijke onderwerpen zonder schroom op tafel moeten worden gelegd en besproken. Doen we dat niet, dan zullen we eind 2013 niet verder gekomen zijn dan wat feestjes en plichtplegingen maar is er niets fundamenteels veranderd. Terwijl dit het jaar zou moeten zijn om daar een begin mee te maken.


Impressie van Su na vijf maanden.


Wat zijn zo de meest opvallende dingen hier in Suriname als je vanuit Nederland hier komt. Laat ik een poging ondernemen wetende dat ik erg incompleet zal zijn. Maar ja, het zijn dan ook MIJN eerste waarnemingen

  1. Natuurlijk in eerste instantie het klimaat. Altijd warm en vaak regen, mn in de regentijd.    In de droge tijd is het nog warmer. De seizoenen verschillen niet veel van elkaar.
  2. De weelderige natuur vanwege de vruchtbare grond en het mooie weer.
  3. Je leeft hier min of meer op een eiland. Aan de ene kant begrensd door de zee en aan de andere kant door het bos. Het mooie binnenland waar het bos is, zie ik nauwelijks, zoals de meeste mensen in Paramaribo. Je hoeft de stad ook niet uit. In Paramaribo heb je alles.
  4. Zodra je hier woont ervaar je dat je wit bent en een allochtoon. Dus uitkijken met het geven van je mening over Suriname. En helemaal niet bemoeien met de politiek. Wat weet je als allochtoon daar nou immers van. Ook geen vergelijkingen maken met Nederland. Als je vind dat sommige dingen in Nederland beter of op z' n minst anders zijn, loop je het risico dat tegen je gezegd wordt dat je dan beter in Nederland had kunnen blijven.
  5. De verschillende etnische groeperingen zijn grofweg in wijken verdeeld. De creolen, hindoestanen, Brazilianen,Javanen, de Surineds etc. Iedere etnische groep heeft zijn eigen oorspronkelijke taal (naast het Nederlands en de Surinaamse taal). Ze wonen vredig naast elkaar en laten elkaar vrij, maar van echte intergratie is nog geen sprake. Dat komt slechts langzaam op gang.
  6. Culinair is Su beperkter dan Nl. In Nederland kun je in de winkels ook werkelijk alles krijgen en vind je restaurants van alle nationaliteiten.
  7. Hoewel Nederlands de officiële taal is, hoor je veel Sranan Tongo, de straattaal. Als je die taal niet spreekt, mis je toch wel wat.
  8. De sfeer in Suriname is overwegend positief. Het land is in opbouw. De economie groeit met ongeveer 4 procent per jaar. In Nederland / Europa daarentegen is somberheid troef. Europa zit in een financiële/ economische crisis en dat heeft zijn uitwerking naar allerlei gebieden.
  9. Jonge Creoolse meiden zijn mooi en slank. Hun moeders daarentegen zijn veelal dik tot zeer dik. Er is hier echt een probleem qua overgewicht. Slecht en veel eten. Ook onder de andere etnische groepen kom je overgewicht tegen, maar iets minder dan onder de Creolen.
  10. De binnenstad en sommige wijken daarom heen, zijn gewoon vies. Veel straatvuil. Hoewel de overheid van alles doet om de stad schoon te maken en te houden, zal er hier echt onder de bevolking een mentaliteitsverandering moeten plaats vinden.  Zodra je overigens in een ander district komt, is de omgeving direct een heel stuk schoner. De stad is voor een groot deel vies, maar de districten niet. Natuurlijk heb je in Paramaribo ook wijken die schoon zijn.
  11. De binnenstad wordt gedomineerd door vergane glorie. Prachtige gebouwen uit de koloniale tijd die er vervallen bijstaan. Gelukkig is een deel gerestaureerd. Maar ook woonhuizen en winkelpanden zien er vaak belabberd uit. Maar er verrijzen ook prachtige gebouwen, prachtige hotels bijvoorbeeld. Nieuw en oud vaak naast elkaar.
  12. De kwaliteit van producten is vaak slecht. Zeker het goedkope spul uit de vele Chinese winkels laten te wensen over. Onlangs een gloeilamp gekocht die er binnen een week mee op hielt. Maar ook in andere winkels, op enkele na, moet je vrezen voor de kwaliteit.  Een ander probleem is, dat je met merkartikelen nooit weet of het echt is. Merknamen lijken hier niet beschermd te worden.
  13. Vele overheidsdiensten stammen nog uit de jaren 60. Oude gebouwen die na de verzelfstandiging geen verfkwast meer hebben gezien en waar het meubilair nooit meer vervangen is geweest. Geen computers of computers met beperkte functionaliteit. Carbonpapier en kaartenbakken en lange rijen voor de loketten. Ik heb het dan mn over de vreemdelingendienst en het bureau waar je je rijbewijs ed moet halen. Maar bij andere diensten is het niet anders. De klantvriendelijkheid is van een schandalig slecht niveau. Kom je daarentegen in hotels, banken, energiebedrijf, telefoonproviders etc, dan ziet dat er gewoon westers uit. Prima, niets op aan te merken. Het verschil is schrijnend. Gelukkig is het ook weer zo dat wanneer je eenmaal met de diverse overheidsdiensten je zaken geregeld hebt, dan laten ze je met rust. Behalve de Vreemdelingenpolitie zolang je vreemdeling bent.
  14. Het personeel in winkels is ruimschoots aanwezig en hebben vaak alle tijd voor je. Ze menen allemaal deskundig te zijn, maar hebben vaak geen verstand van wat ze verkopen.
  15. Het prijspijl is aanzienlijk hoger dan ik verwachtte. Doe je boodschappen in de grote supermarkten die vooral Nederlandse producten verkopen, dan betaal je veelal meer dan in Nederland. Dat doen we dus zo min mogelijk. Maar ook in de Chinese winkels en op de markt is groente en vlees niet goedkoop. Ik ben niet voor niets begonnen een groentetuin aan te leggen. Het is overigens ook heel leuk om je eigen groente te verbouwen. Maar autorijden is niet duur. Gas, water en elektra zijn ook erg goedkoop.  Gemiddeld genomen, als je een een beetje uitkijkt en weet waar je wat moet kopen, is Suriname wel duidelijk goedkoper.
  16. Het autorijden in Paramaribo is wennen. Je leert wel snel links te rijden. Veel lastiger is te wennen aan het rijgedrag hier, de vele kuilen in de weg, de brommertjes die voorbij schieten en - evenals fietsers - doorgaans geen licht voeren, en dat lang niet altijd staat aangegeven of een weg een 1 of 2 eenrichtingsweg is. Maar inmiddels ben ik na vijf maanden redelijk gewend. Een auto is hier overigens onmisbaar.
  17. Parkeren is hier een feest. Nagenoeg geen parkeerverboden. Past je auto ergens, dan kun je hem gewoon parkeren. Op de stoep, in de berm, het maakt niet uit. Als je maar geen gevaar oplevert of zoals ik onlangs deed, geen uitrit blokkeert. Geen parkeermeters. Gratis parkeren. Je kunt ook voor weinig geld je auto op een bewaakte parking stallen. Maar vaak is dat niet nodig.
  18. De stad heeft een paar flitspalen. Het aardige van deze flitspalen is, dat het dummies zijn, althans niet in bedrijf zijn.  De kans dat je voor snelheidsovertredingen gepakt wordt, is verwaarloosbaar klein. Er is te weinig handhaving hier en weinig mensen trekken zich iets aan van de maximum snelheid. Wel wordt steeds meer fuiken opgezet voor massale controle. Lichtvoering, rijbewijs, wapens, drugs, verzekering ed.
  19. De inkomensverschillen zijn hier enorm. Van zeer rijk tot zeer arm. Villa's en krotten. Maar aan de andere kant heb ik niet het gevoel dat de mensen in die kleine, oude houten huisjes nu zo ongelukkig zijn.
  20. Ook opvallend zijn de vele casino's, de vele Chinese buurtsupertjes, de tradings ( bouwmaterialen) en autobedrijven. Die Chinese buurtsupertjes zijn 7 dagen per week tot laat in de avond open.  Ook aan feestdagen doen ze niet. De casino's zijn helemaal een feest. Voor een tien a 20 SRD speel je ongeveer anderhalf uur en krijg je gratis eten en drinken zoals whisky ed. Een meer dan gratis avondje uit dus.
  21. Ook niet vergeten mag worden de Hollandse stagiares. Bijna allemaal meisjes met blonde haren, fietsend of lopend in groepjes met witte benen met muggenbulten. Vaak zie je ze bij ' t Vat. Zeer exotisch voor de Surinaamse man. Soms vragen bordelen behalve creoolse, Hindoestaanse, Javaanse en Braziliaanse meiden, ook expliciet Hollandse stagiaires. Onlangs heeft president Bouterse zijn waardering uitgesproken voor de Hollandse stagiaires; dat zij waardevol zijn voor het land. Terechte waardering, zo dunkt mij.
  22. De meeste surinamers hebben familiebanden met Nederland. Ze zijn er zelf geweest en/ of hebben er familie wonen. Ze zijn opvallend goed op de hoogte van Nederland. In de Surinaamse kranten en op de tv wordt dagelijks het Nederlandse nieuws gebracht.
  23. Het water uit de kraan is niet om te drinken al beweren sommigen van wel. Zeker als je zo als ik en vele anderen, een watertank hebt. Misschien dat het water rechtstreeks uit de leiding nog wel veilig is om te drinken, ligt dat anders wanneer je een watertank hebt die gevuld wordt vanuit het openbare leiding water. In Nederland noemen ze dat dan " proceswater". Omdat de druk van het water zeer gering is, wordt dmv een pomp, een hydrofoor, het water vanuit de watertank met aanzienlijk hogere druk in het interne leidingnet gespoten.  Met een geiser wordt het water verwarmd. Overigens, veel huizen hebben alleen koud water en vaak nog niet eens een hydrofoor voor de druk. Iedere periode krijg je, evenals van het gasbedrijf, een rekening in je brievenbus. Die kun je betalen aan het loket.
  24. Openbare gasleidingen kennen ze hier ook niet. Keurig in een afsluitbaar hok naast het huis heb ik twee gas cilinders met butagas. Daar kook ik op.  Naar verwachting doe ik daar een jaar mee.
  25. Openbare riolering hebben ze hier ook niet. Iedere woning heeft een eigen septic tank waar het  de toiletten op aangesloten  zijn. Om de x- aantal jaren is die vol en moet hij geleegd worden. Gelukkig is zo'n ondergrondse tank goed dichtgemetseld zodat er geen onaangename luchtjes kunnen ontsnappen.
  26. Elektra gaat wel gewoon via bovengrondse leidingen naar de huizen toe. Helaas staan ze wat dicht op de openbare weg, zodat het nog al eens voorkomt dat zo'n paal door een auto omvergereden wordt en een wijk een aantal uren zonder stroom zit.
  27. Voor tv heb je een antenne nodig of een schotel. Er is hier geen kabelnet.
  28. Wel is er een vast telefoonnet en internet. Maar ook hier wordt steeds meer overgestapt naar mobiele oplossingen.
  29. Een ANWB kennen ze hier niet. Als je met autopech staat, wat mij onlangs overkwam, kun je het beste je garagebedrijf bellen. Kunnen ze je toch niet helpen, dan bellen ze een sleepbedrijf en wordt je auto naar de garage gesleept. Natuurlijk wordt dat allemaal lastiger ( duurder) als je ver buiten Paramaribo bent. Maar goed, voor alles is een oplossing.
  30. SRD's ( de Surinaamse Dollar) kun je gewoon met je Nederlandse pinpas bij een van de vele geldautomaten verkrijgen. Bij sommige automaten kun je ook euro's pinnen.
De komende tijd zullen er vast nog veel meer waarnemingen bijkomen en nuanceringen van eerdere indrukken. Dus, wordt vervolgd.

zondag 5 mei 2013

toeristisch uitstapje op 5 mei

5 mei, bevrijdingsdag. Hier in Suriname doen ze bij mijn weten niets aan bevrijdingsdag. Toch hebben surinamers mee gevochten in de strijd. Bovendien heeft Suriname een cruciale rol gespeeld vanwege haar bauxiet waar aluminium uit gehaald werd ten behoeve van de vliegtuigbouw in de VS. Suriname als grootste leverancier was aldus van groot belang voor de VS.

Maar goed, van 5 mei viering heb ik hier niets meegekregen. Dus dan maar een eindje rijden.
Eerst naar de Weg Naar Zee via de Kwattaweg rechtaf de Fernandesweg in. Aan het eide daarvan kom je bij een Hindu bedevaarts centrum. Direct viel mij op dat eten en drinkwaren verboden zijn. Nu ken ik de Hindu gewoonten niet en meende dat het verbod religieus was ingegeven.
 Echter, niets is minder waar. Het verbod was geplaatst uit commerciele motieven. We blijven allemaal toch gewone mensen die gewoon wat willen verdienen.






 Na het bedevaartscentrum een klein stukje verder gereden naar de plek waar Hindies de lichamen van hun dierbare overledenen in de open lucht verbranden. Op dat moment was er zo'n verbranding. ik heb maar geen foto's gemaakt. Niet iedereen stelt zoiets op prijs.




Dus terug naar de Kwattaweg. Op de Kwattamarkt die op punt van sluiten stond, nog even snel groenten en fruit gekocht.






Na mijn inkopen gedaan te hebben, de Kwattaweg verder vervolgd naar district Wanica en vervolgens district Saramacca. De eerste de beste brug over en linksaf koersen op Groningen. Een prachtig idyllisch dorp, ooit gesticht door Nederlandse boeren en destijds gedecimeerd qua bevolkingsaantal door enge tropische ziekten waar die Nederlandse boeren niet tegen konden.
Direct bij aankomst werd ik enthousiast door drie kwispelende straathonden verwelkomt. Helaas had ik voor hun niets te eten bij mij.
In Groningen heb ik aan de waterkant twee heerlijke loempia's en een Saoto ( Javaanse soep) gegeten. De stukken kip heb ik uit mijn soep gevist en na het verlaten van de warung verdeeld over die drie straathonden.



Na Groningen weer huiswaarts gegaan.

Mooie bevrijdingsdag of niet?