donderdag 23 mei 2013

Slavernij en de holocaust


De vergelijking met de Joodse holocaust
door Sandew Hira.


De vernietiging van mensenlevens begon in Africa
Soms verbaas ik over de emotie van mensen die de meest rare redeneringen gebruiken om krom te praten wat recht is. Ik houd regelmatig lezingen over decolonizing the mind en de misdaden tegen de menselijkheid. Daarbij leg ik uit hoe in de lijst van de grootste misdaden tegen de menselijkheid de Joodse Holocaust op de vierde plaats komt en de transatlantische slavernij op de eerste. Ook leg ik uit hoe het komt dat de Joodse Holocaust in Europa wel erkend wordt als een misdaad tegen de menselijkheid en slavernij niet. Het heeft te maken met wat Malcolm X noemt de omkering van misdadiger en slachtoffer. Europa als dader van de grootste misdaad tegen de menselijkheid ziet zichzelf liever als slachtoffer. De vergelijking met de Joodse holocaust heeft als doel om te laten hoe hypocriet de redenatie in Europa is ten aanzien van misdaden tegen de menselijkheid en dat aan die hypocrisie een einde zou moeten komen en met in alle eerlijkheid alle misdaden tegen de menselijkheid op gelijke manier behandelt.

Ik baseer me bij de vergelijking van misdaden tegen de menselijkheid op wetenschappelijke feiten: de omvang van de misdaad (hoeveel slachtoffers), de duur (hoe lang duurde het) en de aard (hoe was die misdaad georganiseerd en hoe was het lijden van de slachtoffers).
Op zich is de methode heel normaal. Je bepaalt de criteria van de vergelijking en voert die vergelijking uit. Niks bijzonders.

Wat te doen als de uitkomst je niet aanstaat, namelijk dat de Joodse Holocaust op de vierde plaats komt en de manier waarop met die eerste misdaad omgegaan wordt tekenend is voor het gebrek aan beschaving in Europa?

Je kunt twee kanten op.
Je kunt zeggen: het is jammer en vervelend, maar de feiten zijn de feiten en laten we kijken hoe we daarmee omgaan. Moeten we niet op een andere manier omgaan met die andere misdaden dan we tot nu toe gedaan hebben? Dat lijkt me een volstrekt rationele en correcte benadering.

Wat ik tegenkom is het tegendeel. De meest gekke redeneringen worden van stal gehaald.

Argument 1: Je kunt de Joodse Holocaust helemaal niet vergelijken met de Transatlantische slavernij omdat ze heel verschillend zijn.
Dit is heel onlogisch. Hoe weet je dat ze verschillend zijn als je ze niet mag vergelijken? Dit is een tegenstrijdige redenering.
Ten tweede, vergelijkingen doe je met het doel om overeenkomsten en verschillen vast te stellen. Waarom mag je de overeenkomsten niet noemen, maar alleen de verschillen? Het is volstrekt irrationeel.

Argument 2: De Joodse holocaust was gericht op de vernietiging van mensenlevens. Slavernij was gericht op de uitbuiting van mensen.
Dit klopt feitelijk al niet. Het effect van slavernij wás de vernietiging van mensenlevens. Voor iedere Afrikaan die levend vertrok uit Afrika zijn 2-5 mensen onderweg gestorven in het proces van kidnapping. Die levens (24-60 miljoen) zijn vernietigd. Van de 12 miljoen mensen die naar de Amerikas vertrokken zijn 2 miljoen onderweg gestorven. Die levens zijn vernietigd. Waar een normale bevolking groeit, is in Suriname van de 350.000 mensen die aangevoerd zijn aan het eind van slavernij 10% overgebleven. Die levens zijn vernietigd.
De gedachte dat vernietiging van levens alleen in gaskamers plaatsvindt, is een belediging voor de slachtoffers van de transatlantische slavernij.

Nu was het doel van de Joodse Holocaust verschillend. De Duitse nazi’s hadden een ideologisch motief om het Joodse ras te willen vernietigen. De andere “nazi’s” van Europa (Nederlanders, Engelsen, Fransen, Spanjaarden, Portugezen) hadden een economisch motief om de Afrikaanse levens te vernietigen in slavernij. Waarom is het economische motief minder erg dan het ideologische motief? Kennelijk zit hierachter de redenering dat als je ergens geld aan verdient, dan is het geoorloofd. Die redenering alleen al is beschamend, maar wordt wel gebruikt door de mensen die ageren tegen de vergelijking met de Joodse holocaust.

Argument 3: Je kunt leed niet met elkaar vergelijken. Ieder leed is even erg.
Dat klopt niet. Elke dag wordt in iedere rechtbank in de wereld verschillende vormen van leed met elkaar vergeleken en wordt vastgesteld dat niet ieder leed even erg is. Op basis daarvan worden strafmaten bepaald. Stel dat iemand vermoord wordt bij een roof. Je gaat toch niet zeggen: “Gisteren is een holocaust gepleegd”, omdat je vindt dat het leed van de Joodse holocaust even erg is als de roofmoord. Dat zou je best kunnen doen als je de redenering volgt dat alle leed even erg is. Het zou namelijk betekenen dat je volstrekt onkundig bent over het verschil tussen een gewone moord en een misdaad tegen de menselijkheid.

Een misdaad tegen de menselijk heeft minimaal drie kenmerken: het wordt op grote schaal gepleegd (duizenden mensen) over een langere periode (niet een dag) en wordt vanuit een institutioneel kader (overheid, grote georganiseerde groepen) uitgevoerd.
Je kunt hieraan toevoegen dat de impact ook gigantisch is. Zo is de impact van de transatlantische slavernij (die 350 jaar heeft geduurd met een ongelooflijke intensiteit) niet alleen mensenlevens heeft vernietig, maar ook de geest en cultuur van een heel volk. Dat is niet met de Joodse Holocaust gebeurd. Afrikanen die eerst Kwame heten, zijn zich Piet gaan noemen. Dat soort processen hebben zich niet afgespeeld met Joden. De Joden hebben in bepaalde perioden van de geschiedenis hun identiteit moeten verbergen, maar de systematische manier waarop de Afrikaanse cultuur is vernietigd is van veel grotere betekenis geweest. Mental slavery heeft een geest vernietigd. De Joodse cultuur heeft aanzienlijk minder last gehad van mental slavery.

Argument 4: je mag de term Holocaust niet gebruiken voor andere misdaden tegen de menselijkheid.
Mijn vraag is: waarom niet? Wie bepaalt dat je dat niet mag doen? Het komt allemaal neer op het creëren van een uitzonderingspositie voor de Joodse holocaust die helemaal niet ondersteund wordt door wetenschappelijke en historische feiten. Het is emotie, en wat voor emotie?

Waarom is het erg als blijkt dat iemand anders meer geleden heeft dan jij? Waarom zou je boos worden als de feiten dat uitwijzen. Dan is er toch iets grondig mis met je moraal als je niet accepteert dat een ander meer geleden kan hebben dan jij?

De irrationele emoties rond de Joodse Holocaust vormen ook een blokkade voor een probleem dat wel op tafel ligt: hoe om te gaan met eeuwen van leugens en het bagatelliseren van de grootste misdaad tegen de menselijkheid in onderwijs en cultuur?

Onlangs kreeg ik een rapport onder ogen dat is opgesteld door het adviesbureau Tuhuteru en partners. Het is een communicatie-advies aan de Stichting Herdenking Slavernijverleden die met een budget van 750.000 euro allerlei activiteiten zal organiseren in Nederland. Het advies van het bureau is veelzeggend: “Het verleden onder ogen zien zou moeten leiden tot overwinning van het pijnlijke verleden en gevoelens van schaamte en schuld daarover. Van belang is daarom weg te blijven van de schuldvraag omdat dat tot weerstand zou kunnen leiden bij het algemene publiek.” (p. 4).

Als dit advies zou worden gebruikt bij de herdenking van de Holocaust dan zou het erop neerkomen dat gezwegen moet worden over de rol van de nazi’s omdat dat tot weerstand zou leiden bij de nakomelingen van de nazi’s. Je moet het maar bedenken, en nog uitvoeren ook.

Als dit de basis moet zijn van hoe om te gaan met het slavernijverleden in 2013 in Nederland dan gaan we zinloze exercities tegemoet. 2013 zou het jaar moeten zijn waarin zonder enige beperking en in volle vrijheid alle pijnlijke onderwerpen zonder schroom op tafel moeten worden gelegd en besproken. Doen we dat niet, dan zullen we eind 2013 niet verder gekomen zijn dan wat feestjes en plichtplegingen maar is er niets fundamenteels veranderd. Terwijl dit het jaar zou moeten zijn om daar een begin mee te maken.


Impressie van Su na vijf maanden.


Wat zijn zo de meest opvallende dingen hier in Suriname als je vanuit Nederland hier komt. Laat ik een poging ondernemen wetende dat ik erg incompleet zal zijn. Maar ja, het zijn dan ook MIJN eerste waarnemingen

  1. Natuurlijk in eerste instantie het klimaat. Altijd warm en vaak regen, mn in de regentijd.    In de droge tijd is het nog warmer. De seizoenen verschillen niet veel van elkaar.
  2. De weelderige natuur vanwege de vruchtbare grond en het mooie weer.
  3. Je leeft hier min of meer op een eiland. Aan de ene kant begrensd door de zee en aan de andere kant door het bos. Het mooie binnenland waar het bos is, zie ik nauwelijks, zoals de meeste mensen in Paramaribo. Je hoeft de stad ook niet uit. In Paramaribo heb je alles.
  4. Zodra je hier woont ervaar je dat je wit bent en een allochtoon. Dus uitkijken met het geven van je mening over Suriname. En helemaal niet bemoeien met de politiek. Wat weet je als allochtoon daar nou immers van. Ook geen vergelijkingen maken met Nederland. Als je vind dat sommige dingen in Nederland beter of op z' n minst anders zijn, loop je het risico dat tegen je gezegd wordt dat je dan beter in Nederland had kunnen blijven.
  5. De verschillende etnische groeperingen zijn grofweg in wijken verdeeld. De creolen, hindoestanen, Brazilianen,Javanen, de Surineds etc. Iedere etnische groep heeft zijn eigen oorspronkelijke taal (naast het Nederlands en de Surinaamse taal). Ze wonen vredig naast elkaar en laten elkaar vrij, maar van echte intergratie is nog geen sprake. Dat komt slechts langzaam op gang.
  6. Culinair is Su beperkter dan Nl. In Nederland kun je in de winkels ook werkelijk alles krijgen en vind je restaurants van alle nationaliteiten.
  7. Hoewel Nederlands de officiële taal is, hoor je veel Sranan Tongo, de straattaal. Als je die taal niet spreekt, mis je toch wel wat.
  8. De sfeer in Suriname is overwegend positief. Het land is in opbouw. De economie groeit met ongeveer 4 procent per jaar. In Nederland / Europa daarentegen is somberheid troef. Europa zit in een financiële/ economische crisis en dat heeft zijn uitwerking naar allerlei gebieden.
  9. Jonge Creoolse meiden zijn mooi en slank. Hun moeders daarentegen zijn veelal dik tot zeer dik. Er is hier echt een probleem qua overgewicht. Slecht en veel eten. Ook onder de andere etnische groepen kom je overgewicht tegen, maar iets minder dan onder de Creolen.
  10. De binnenstad en sommige wijken daarom heen, zijn gewoon vies. Veel straatvuil. Hoewel de overheid van alles doet om de stad schoon te maken en te houden, zal er hier echt onder de bevolking een mentaliteitsverandering moeten plaats vinden.  Zodra je overigens in een ander district komt, is de omgeving direct een heel stuk schoner. De stad is voor een groot deel vies, maar de districten niet. Natuurlijk heb je in Paramaribo ook wijken die schoon zijn.
  11. De binnenstad wordt gedomineerd door vergane glorie. Prachtige gebouwen uit de koloniale tijd die er vervallen bijstaan. Gelukkig is een deel gerestaureerd. Maar ook woonhuizen en winkelpanden zien er vaak belabberd uit. Maar er verrijzen ook prachtige gebouwen, prachtige hotels bijvoorbeeld. Nieuw en oud vaak naast elkaar.
  12. De kwaliteit van producten is vaak slecht. Zeker het goedkope spul uit de vele Chinese winkels laten te wensen over. Onlangs een gloeilamp gekocht die er binnen een week mee op hielt. Maar ook in andere winkels, op enkele na, moet je vrezen voor de kwaliteit.  Een ander probleem is, dat je met merkartikelen nooit weet of het echt is. Merknamen lijken hier niet beschermd te worden.
  13. Vele overheidsdiensten stammen nog uit de jaren 60. Oude gebouwen die na de verzelfstandiging geen verfkwast meer hebben gezien en waar het meubilair nooit meer vervangen is geweest. Geen computers of computers met beperkte functionaliteit. Carbonpapier en kaartenbakken en lange rijen voor de loketten. Ik heb het dan mn over de vreemdelingendienst en het bureau waar je je rijbewijs ed moet halen. Maar bij andere diensten is het niet anders. De klantvriendelijkheid is van een schandalig slecht niveau. Kom je daarentegen in hotels, banken, energiebedrijf, telefoonproviders etc, dan ziet dat er gewoon westers uit. Prima, niets op aan te merken. Het verschil is schrijnend. Gelukkig is het ook weer zo dat wanneer je eenmaal met de diverse overheidsdiensten je zaken geregeld hebt, dan laten ze je met rust. Behalve de Vreemdelingenpolitie zolang je vreemdeling bent.
  14. Het personeel in winkels is ruimschoots aanwezig en hebben vaak alle tijd voor je. Ze menen allemaal deskundig te zijn, maar hebben vaak geen verstand van wat ze verkopen.
  15. Het prijspijl is aanzienlijk hoger dan ik verwachtte. Doe je boodschappen in de grote supermarkten die vooral Nederlandse producten verkopen, dan betaal je veelal meer dan in Nederland. Dat doen we dus zo min mogelijk. Maar ook in de Chinese winkels en op de markt is groente en vlees niet goedkoop. Ik ben niet voor niets begonnen een groentetuin aan te leggen. Het is overigens ook heel leuk om je eigen groente te verbouwen. Maar autorijden is niet duur. Gas, water en elektra zijn ook erg goedkoop.  Gemiddeld genomen, als je een een beetje uitkijkt en weet waar je wat moet kopen, is Suriname wel duidelijk goedkoper.
  16. Het autorijden in Paramaribo is wennen. Je leert wel snel links te rijden. Veel lastiger is te wennen aan het rijgedrag hier, de vele kuilen in de weg, de brommertjes die voorbij schieten en - evenals fietsers - doorgaans geen licht voeren, en dat lang niet altijd staat aangegeven of een weg een 1 of 2 eenrichtingsweg is. Maar inmiddels ben ik na vijf maanden redelijk gewend. Een auto is hier overigens onmisbaar.
  17. Parkeren is hier een feest. Nagenoeg geen parkeerverboden. Past je auto ergens, dan kun je hem gewoon parkeren. Op de stoep, in de berm, het maakt niet uit. Als je maar geen gevaar oplevert of zoals ik onlangs deed, geen uitrit blokkeert. Geen parkeermeters. Gratis parkeren. Je kunt ook voor weinig geld je auto op een bewaakte parking stallen. Maar vaak is dat niet nodig.
  18. De stad heeft een paar flitspalen. Het aardige van deze flitspalen is, dat het dummies zijn, althans niet in bedrijf zijn.  De kans dat je voor snelheidsovertredingen gepakt wordt, is verwaarloosbaar klein. Er is te weinig handhaving hier en weinig mensen trekken zich iets aan van de maximum snelheid. Wel wordt steeds meer fuiken opgezet voor massale controle. Lichtvoering, rijbewijs, wapens, drugs, verzekering ed.
  19. De inkomensverschillen zijn hier enorm. Van zeer rijk tot zeer arm. Villa's en krotten. Maar aan de andere kant heb ik niet het gevoel dat de mensen in die kleine, oude houten huisjes nu zo ongelukkig zijn.
  20. Ook opvallend zijn de vele casino's, de vele Chinese buurtsupertjes, de tradings ( bouwmaterialen) en autobedrijven. Die Chinese buurtsupertjes zijn 7 dagen per week tot laat in de avond open.  Ook aan feestdagen doen ze niet. De casino's zijn helemaal een feest. Voor een tien a 20 SRD speel je ongeveer anderhalf uur en krijg je gratis eten en drinken zoals whisky ed. Een meer dan gratis avondje uit dus.
  21. Ook niet vergeten mag worden de Hollandse stagiares. Bijna allemaal meisjes met blonde haren, fietsend of lopend in groepjes met witte benen met muggenbulten. Vaak zie je ze bij ' t Vat. Zeer exotisch voor de Surinaamse man. Soms vragen bordelen behalve creoolse, Hindoestaanse, Javaanse en Braziliaanse meiden, ook expliciet Hollandse stagiaires. Onlangs heeft president Bouterse zijn waardering uitgesproken voor de Hollandse stagiaires; dat zij waardevol zijn voor het land. Terechte waardering, zo dunkt mij.
  22. De meeste surinamers hebben familiebanden met Nederland. Ze zijn er zelf geweest en/ of hebben er familie wonen. Ze zijn opvallend goed op de hoogte van Nederland. In de Surinaamse kranten en op de tv wordt dagelijks het Nederlandse nieuws gebracht.
  23. Het water uit de kraan is niet om te drinken al beweren sommigen van wel. Zeker als je zo als ik en vele anderen, een watertank hebt. Misschien dat het water rechtstreeks uit de leiding nog wel veilig is om te drinken, ligt dat anders wanneer je een watertank hebt die gevuld wordt vanuit het openbare leiding water. In Nederland noemen ze dat dan " proceswater". Omdat de druk van het water zeer gering is, wordt dmv een pomp, een hydrofoor, het water vanuit de watertank met aanzienlijk hogere druk in het interne leidingnet gespoten.  Met een geiser wordt het water verwarmd. Overigens, veel huizen hebben alleen koud water en vaak nog niet eens een hydrofoor voor de druk. Iedere periode krijg je, evenals van het gasbedrijf, een rekening in je brievenbus. Die kun je betalen aan het loket.
  24. Openbare gasleidingen kennen ze hier ook niet. Keurig in een afsluitbaar hok naast het huis heb ik twee gas cilinders met butagas. Daar kook ik op.  Naar verwachting doe ik daar een jaar mee.
  25. Openbare riolering hebben ze hier ook niet. Iedere woning heeft een eigen septic tank waar het  de toiletten op aangesloten  zijn. Om de x- aantal jaren is die vol en moet hij geleegd worden. Gelukkig is zo'n ondergrondse tank goed dichtgemetseld zodat er geen onaangename luchtjes kunnen ontsnappen.
  26. Elektra gaat wel gewoon via bovengrondse leidingen naar de huizen toe. Helaas staan ze wat dicht op de openbare weg, zodat het nog al eens voorkomt dat zo'n paal door een auto omvergereden wordt en een wijk een aantal uren zonder stroom zit.
  27. Voor tv heb je een antenne nodig of een schotel. Er is hier geen kabelnet.
  28. Wel is er een vast telefoonnet en internet. Maar ook hier wordt steeds meer overgestapt naar mobiele oplossingen.
  29. Een ANWB kennen ze hier niet. Als je met autopech staat, wat mij onlangs overkwam, kun je het beste je garagebedrijf bellen. Kunnen ze je toch niet helpen, dan bellen ze een sleepbedrijf en wordt je auto naar de garage gesleept. Natuurlijk wordt dat allemaal lastiger ( duurder) als je ver buiten Paramaribo bent. Maar goed, voor alles is een oplossing.
  30. SRD's ( de Surinaamse Dollar) kun je gewoon met je Nederlandse pinpas bij een van de vele geldautomaten verkrijgen. Bij sommige automaten kun je ook euro's pinnen.
De komende tijd zullen er vast nog veel meer waarnemingen bijkomen en nuanceringen van eerdere indrukken. Dus, wordt vervolgd.

zondag 5 mei 2013

toeristisch uitstapje op 5 mei

5 mei, bevrijdingsdag. Hier in Suriname doen ze bij mijn weten niets aan bevrijdingsdag. Toch hebben surinamers mee gevochten in de strijd. Bovendien heeft Suriname een cruciale rol gespeeld vanwege haar bauxiet waar aluminium uit gehaald werd ten behoeve van de vliegtuigbouw in de VS. Suriname als grootste leverancier was aldus van groot belang voor de VS.

Maar goed, van 5 mei viering heb ik hier niets meegekregen. Dus dan maar een eindje rijden.
Eerst naar de Weg Naar Zee via de Kwattaweg rechtaf de Fernandesweg in. Aan het eide daarvan kom je bij een Hindu bedevaarts centrum. Direct viel mij op dat eten en drinkwaren verboden zijn. Nu ken ik de Hindu gewoonten niet en meende dat het verbod religieus was ingegeven.
 Echter, niets is minder waar. Het verbod was geplaatst uit commerciele motieven. We blijven allemaal toch gewone mensen die gewoon wat willen verdienen.






 Na het bedevaartscentrum een klein stukje verder gereden naar de plek waar Hindies de lichamen van hun dierbare overledenen in de open lucht verbranden. Op dat moment was er zo'n verbranding. ik heb maar geen foto's gemaakt. Niet iedereen stelt zoiets op prijs.




Dus terug naar de Kwattaweg. Op de Kwattamarkt die op punt van sluiten stond, nog even snel groenten en fruit gekocht.






Na mijn inkopen gedaan te hebben, de Kwattaweg verder vervolgd naar district Wanica en vervolgens district Saramacca. De eerste de beste brug over en linksaf koersen op Groningen. Een prachtig idyllisch dorp, ooit gesticht door Nederlandse boeren en destijds gedecimeerd qua bevolkingsaantal door enge tropische ziekten waar die Nederlandse boeren niet tegen konden.
Direct bij aankomst werd ik enthousiast door drie kwispelende straathonden verwelkomt. Helaas had ik voor hun niets te eten bij mij.
In Groningen heb ik aan de waterkant twee heerlijke loempia's en een Saoto ( Javaanse soep) gegeten. De stukken kip heb ik uit mijn soep gevist en na het verlaten van de warung verdeeld over die drie straathonden.



Na Groningen weer huiswaarts gegaan.

Mooie bevrijdingsdag of niet?




donderdag 21 maart 2013

Plekje onder de Surinaamse zon.






Toch gekozen voor de liefde op het eerste gezicht. Al eind december viel ons oog op dit huis. Maar ja, je wilt toch eerst zien wat er allemaal nog meer te koop is. Bovendien heb je nog onvoldoende gevoel bij de huizenmarkt. Wat is er allemaal te koop en tegen welke prijzen? Dat moest toch eerst verkend worden.
Daarbij komt nog dat als je uit Nederland komt in een volstrekt andere omgeving, je voor jezelf nog moet nagaan waar je eigenlijk een huis wilt kopen en wat voor een soort woning. Een prachtige bovenwoning met een geweldige groot hoekbalkon op de eerste verdieping (de woonlaag) of een bungalow met het gemak geen trappen te hoeven lopen. Willen we tuin? Willen we dicht tegen het centrum van Paramaribo of in een buitenwijk?  Willen we bestaande bouw of willen we een huis laten bouwen? In welke wijken lopen de straten onder na een paar fikse regenbuien en waar blijft het droog?
En last but not least, wat wil Pika, de hond.
Allemaal vragen die we  voor onszelf beantwoord wilden hebben.
Na vele omzwervingen door de stad Paramaribo en omzwervingen door ons eigen hart, zijn we dus in  Paramaribo-Noord terecht gekomen bij onze oorspronkelijke liefde.
 In deze blog een impressie van het huis. NB de inrichting is niet van ons en zeker niet het kinderbedje op de master bedroom. Dit zij vermeld ter voorkoming van onnodige, wilde speculaties.


















Wat heerlijk om zo te mogen wonen in het prachtige Suriname.

zaterdag 12 januari 2013

Olie en goud: met Suriname gaat het goed

(overgenomen van de Volkskrant)
De rollen zijn omgedraaid: terwijl Nederland met de crisis worstelt, groeit de Surinaamse economie met 4 procent. Het einde van de hulp, twee jaar terug, doet geen zeer meer.
 
© Guus Dubbelman / de Volkskrant. Drukte aan de Waterkant in het oude deel van Paramaribo, aan de Suriname-rivier.
Suriname heeft helemaal geen Nederlandse ontwikkelingshulp meer nodig. Terwijl Nederland in crisis verkeert, groeit de Surinaamse economie jaar in, jaar uit met ruim 4 procent. Dankzij de hoge olie-en goudprijs verdient de regering-Bouterse honderden miljoenen dollars aan de oliewinning en aan de goudkoorts in het binnenland. 'Holland? Holland is niet belangrijk voor me', roept president Desi Bouterse daarom steeds luider.

Ruim twee jaar geleden deed Den Haag Suriname in de ban omdat Bouterse de verkiezing had gewonnen. Maar nu is zelfs het IMF  enthousiast over Suriname. 'We hebben internationaal nu een heel goede naam opgebouwd', zegt coalitie-parlementariër Henk Ramnandanlal (PALU) trots.

Suriname mag een omstreden staatshoofd aan het roer hebben, het heeft niet geleid tot politieke en economische isolering van het land. Integendeel, na een moeilijk en teleurstellend begin onder Bouterse is de oud-kolonie anno 2013 booming.

Goudkoorts
Maar liefst 2,2 miljard euro willen een Amerikaanse en een Canadese multinational investeren in twee goudmijnen en dat midden in een wereldwijde crisis. Het wakkert de Surinaamse goudkoorts nog verder aan. Het parlement buigt zich nu  over de grootste  buitenlandse investering in de geschiedenis.

'We hopen dat Suriname een gouden toekomst tegemoet gaat', zegt oud-minister Gregory Rusland van Natuurlijke Hulpbronnen, wiens Nieuw Front-regering tot 2010 de basis legde voor de economische opleving en de miljardendeal. 'Wat nu gebeurt in Suriname is een continuering van wat wij in gang hebben gezet.'

Zeurende Hollanders
Een land dat heeft aangetoond zonder die 'zeurende Hollanders' verder te kunnen, zo zien Bouterse en zijn NDP het Suriname van de afgelopen twee jaar. 'We hebben dat geld niet nodig', sneerde minister van Buitenlandse Zaken Winston Lackin vorig jaar toen Den Haag de laatste 20 miljoen euro ontwikkelingshulp opschortte. De armen in Nederland, zei Lackin sarcastisch, konden het vast wel goed gebruiken.

Om een lange neus naar 'de Noordzee' te trekken, haalde Paramaribo daarom de betrekkingen met Venezuela, Frankrijk en vooral China stevig aan. Bouterse en zijn ministers zetten vanaf het begin alles op alles om snel de miljardendeal in de goudproductie rond te krijgen, hopend op grotere staatsinkomsten. Vlak voor de Kerst was het zo ver. 'De Surinamers gaan een gouden Kerst tegemoet', beloofde de oud-legerleider.

Wat Nederland nooit lukte, diversificatie van de staatsinkomsten, is Suriname hard op weg te bereiken. Olie, gewonnen in de kuststrook ten westen van Paramaribo, heeft bauxiet al verdreven als de grootste inkomstenbron.

Olie
Staatsolie, opgezet in 1980 door Bouterses militaire regime, maakte vorige maand een megawinst over 2012 bekend: 360 miljoen euro. Op een omzet van 'slechts' 758 miljoen euro. Hiervan stroomde 243 miljoen als nettowinst direct in de staatskas. Het is een bedrag waarvoor een gemiddeld AEX-bedrijf zich niet zou schamen. Zo boekte multinational AkzoNobel over 2011 een winst van 477 miljoen euro.

Goud moet nog groter worden. Aanzienlijk veel meer dan de 119 miljoen euro waarmee de Rosebel-goudmijn van het Canadese Iamgold in 2011 de staatskas spekte. Sinds de goudkoorts in 2004 begon toe te nemen, is de goudproductie bijna verdrievoudigd tot jaarlijks meer dan 20 duizend kilo.

Om meer te verdienen aan het goud, wordt het Surinaamse aandeel in de Rosebel-mijn uitgebreid naar 30 procent. De nieuwe goudmijn van Newmont wordt voor 25 procent van Suriname. De eerste reacties in het parlement op Bouterses gouddeal zijn positief, ook van de oppositie.

Kritiek
Maar er is ook kritiek. Suriname, betoogt parlementariër Asis Gajadien (Nieuw Front), kan veel meer verdienen als de kleine gouddelvers onder controle worden gebracht. Deze groep van naar schatting 30 duizend man, van Brazilianen tot Surinaamse-Nederlanders uit Amsterdam Zuid-Oost, is verantwoordelijk voor iets meer dan de helft van de goudproductie. Maar de fiscus verdient slechts weinig aan ze. Gajadien schat dat van de 1,5 miljard euro die in 2012 aan goud werd gewonnen (waarvan een miljard door de kleine gouddelvers) slechts 228 miljoen euro in de staatskas belandde.

Hij is ontevreden over de maatregelen die Bouterse nam om de 'wild westtaferelen' in het binnenland te beëindigen. Gajadien: 'Er is nu zelfs een enorme toeloop van illegale Chinezen.  Ook opereren sommige groepen, vrienden van de regering, ongestoord in het gebied. Wij willen weten welke personen een goudconcessie hebben gekregen.'

Oud-minister Rusland verwacht dat de 560 duizend Surinamers over een jaar of zeven een enorme stroom gouddollars  mogen verwachten. 'Toen we tien jaar geleden met de Rosebel-mijn begonnen, stond de goudprijs op 227 euro per ounce. Nu is het 1.300 euro. We wisten niet dat de goudwinning zó lucratief zou worden.'

zondag 30 december 2012

Huizenjacht Paramaribo






In het kader van onze huizenjacht, maar ook ter verdere verkenning van Paramaribo,  nemen we steeds weer een ander deel van de stad om lekker kris kras door te rijden. Dit keer het noorden van de stad en wel door Morgenstond, Clevia en Leonsberg. Leonsberg is echt het meest noordelijke puntje van de stad aan de surinamerivier. Daar even langs de rivier een Parbo-biertje gedronken.  Aan de overkant zie je Nieuw- Amsterdam liggen, waar we een aantal dagen geleden waren. Daar waar  twee rivieren vlak voor de zee bijeenkomen, heb je een fort. De kanonnen moesten de vijanden tegen houden, of liever gezegd de concurentie die de handel van de Hollanders bedreigden.
link een biertje gedronken. Rechts een disco
Met een korjaaltje kun je je laten overvaren.  Het noorden is werkelijk schitterend. Ga je van Leonsberg nog wat verder langs de riviermonding, dan rij je allerlei doorlopende wegen in en zie je de prachtigste huizen in volkomen eenzaamheid. Je waant je dan niet meer in Paramaribo. Maar hou je van volkomen rust met de stad op steenworp afstand, dan kun je daar aan je trekken komen. 

Ik heb liever iets meer bewoonde wereld om mij heen. De wijk Morgenstond is wat dat betreft een stuk beter.


met korjaalje van Leonsberg naar Nieuw Amsterdam

We blijven onze zoektocht vervolgen.